Some plant, made of ink

[Jessica, CKV]

Het verre Oosten: China & Taiwan

Afgelopen herfst ben ik naar China en Taiwan afgereisd. Mijn stiefvader moest daar voor zijn bedrijf heen en dacht dat zijn dochter en ik het wel leuk zouden vinden om mee te gaan. Nou, ik wist niet hoe snel ik mijn koffer in moest pakken! Hoe vaak krijg je nou de kans om een tripje naar het verre Oosten te maken?

Dus in de vroege ochtend zaten we in het vliegtuig, en zo’n 12 uur later zouden we in China aankomen. Met goede moed had ik mijn Ipod opgeladen en een extra dik boek meegenomen. Verder zou ik gaan proberen wat te slapen, zodat ik niets zou missen van de eerste uurtjes in China. Dat slaap-idee viel een beetje tegen, aangezien er een baby één rij naast ons zich niet zo op zijn gemak voelde. 12 uur! 12 uur lang heeft de baby het voor elkaar gekregen om te blijven schreeuwen.. De laatste uurtjes begon zijn stem steeds meer schor te worden, maar van ophouden had de baby nooit gehoord. Tot het vliegtuig eindelijk geland was.

Het was dus niet vreemd dat ik in de taxi richting Zhuhai (vlakbij Hong Kong) even ingedut was. Maar lang duurde dat niet, want was de omgeving fascinerend! We reden langs een groot meer waar chinezen vis gingen vangen. Ze hadden zo’n traditionele hoed van stro op en zaten in kleine houten bootjes. Heel mooi om die ‘oude’ levenswijze van chinezen te zien.
Uiteindelijk kwamen we in Zhuhai aan. Omdat het al laat in de middag was, besloten we om even het hotel te verkennen en uit te rusten. Maar ook daar kwam weinig van toen we de sportzaal tegenkwamen. Dus na een uurtje of twee gesport te hebben, zijn we iets gaan eten. Het hotel had een aantal stoelen en tafels voor het hotel gezet, maar van een echt ‘terras’ kon je niet spreken. Na het thuisfront even gebeld te hebben, doken we lekker ons bed in. Eindelijk even rust.

De volgende ochtend moest mijn stiefvader een bedrijf bezoeken, dus besloten we om mee te gaan. Het was erg interessant om te zien hoe al die mensen nog aan een machine staan, terwijl bij ons bijna alles geautomatiseerd is. Na een tijdje doorgebracht te hebben in de fabriek, vervolgden we onze reis en gingen naar de haven van Zhuhai om daar de boot richting Shenzhen te nemen.


Het verkeer in China is trouwens héél, héél erg chaotisch! Als mensen daar hun rijbewijs halen, kunnen ze overal ter wereld rijden volgens mij. Fietsers rijden over de snelweg heen, auto’s kijken niet op of om wanneer ze van rijbaan verwisselen, stoplichten bestaan daar niet (of in ieder geval niet voor de bestuurders) en het zal niemand opvallen als je 50 kilometer te hard rijdt, want iedereen doet het!
Zhuhai was nog een relatief klein en rustige stad in tegenstelling tot Shenzhen. Vanuit de haven hebben we nog zeker een uur in de taxi gezeten om naar ons hotel te komen. Maar zo kregen mijn ogen mooi de tijd om deze stad eens wat beter te bekijken. Zo kwam ik het ene moment een apart gebouw met rare vormen tegen, het volgende moment zag ik een vuilniswagen over de weg lopen, zoals ik die nog nooit gezien had.


Na de wilde taxirit kwamen we bij ons hotel en daar stonden we al versteld voordat we binnen waren geweest: Hummers, limo’s en andere dure wagens stonden voor de deur, een prachtige tuin lag tussen de parkeerplaatsen en de ingang en de hoogte van het hotel was om duizelig van te worden. Maar binnen werd het pas echt een klein paradijsje op aarde! De gehele ingang was gehuld in goud, met enorme kroonluchters aan het plafond. Naast de receptie was een enorme eetzaal, prachtig ingericht met bamboe. Gelijk het moment dat we binnenstapten, kwamen er al twee jongens naar ons toe om onze tassen en koffers over te pakken. Mijn stiefvader was bang voor de enorme prijs van dit prachtige hotel, maar hij was even vergeten dat we in China waren. Een nacht in dit hotel was in prijs vergelijkbaar met overnachting in een hotel in een achterstandswijk in Amsterdam. De laatste verrassing was onze kamer. Geweldig uitzicht over de stad, heerlijke tweepersoonsbedden en een in goud gehulde badkamer met zowel een douche als een apart bad.


We doken gelijk de stad in, zowel door onze nieuwsgierigheid als de grote honger die we inmiddels hadden. Bijna alle Chinese vrouwen lopen overdag met een parasol over straat. Een vreemd trekje van ons is dat we graag zo bruin mogelijk willen worden. Maar Chinezen niet. In hun cultuur geldt: hoe witter, hoe beter. Mensen, het ‘gewone’ volk, die de hele dag op het land moeten werken, worden bruin door de zon. Een witte huid toont dus een hoge status.
Na even paar winkels ingedoken te zijn, wat van de stad te hebben gezien en onze buikjes gevuld te hebben met MacDonalds voedsel, keerden we weer terug naar het hotel. Nadat we hadden gezwommen en gesport in de sportzaal, gingen we eten in het hotelrestaurant. Er was ons al aanbevolen om het restaurant op de bovenste verdieping te nemen. Vanaf daar heb je een mooi uitzicht over de stad. En dit was zeker waar! Bijzonder was dat het restaurant heel langzaam ronddraaide, waardoor je een soort panoramaview van de stad kreeg tijdens het diner.

Soms voelde ik me er best schuldig door, maar het leek alsof die Chinezen tegen ons opkeken. Wanneer je iets vroeg, deden ze het gelijk voor je, meestal ook nog met een glimlach erbij. Wanneer je met je koffer naar de taxi liep, trokken ze deze gewoon uit je handen om er zelf mee te gaan sjouwen. Overal waar we op straat rondliepen, werden we nagekeken. Het leek net alsof sommige Chinezen nog nooit Westerse mensen hadden gezien. Mijn stiefzus was denk ik de enigste in heel China met blond haar, en viel daardoor dus extra op. Het werd zelfs zo gek, dat een aantal Chinezen op een gegeven moment aan ons vroegen of ze met ons op de foto mochten. Alsof we een attractiepunt waren! Maar stiekem voelden we ons wel een klein beetje vereerd..

De volgende dag hadden we de hele dag voor onszelf om de stad te verkennen en te relaxen in het hotel. Aan het eind van de avond moest mijn stiefvader weer naar een bedrijf toe. De eigenaar nodigde ons uit om die avond met hem samen in een restaurant te gaan eten, om de traditionele Chinese keuken eens te ontdekken. Toen we bij het restaurant kwamen, werden we naar een privékamer gebracht waar we zouden dineren. De bedrijfseigenaar zou een aantal gerechten bestellen. Ik weet niet of hij deze gerechten aan al zijn Westerse klanten voorschotelt, maar ik denk dat het bedrijf dan inmiddels failliet is.. In de kreeftensoep dreef een oog, de zogenaamde satéstokjes smaakten naar iets wat zowel rauw als verbrand was en zelfs de stukjes pudding kreeg geen van ons drie weggeslikt. De man vertelde ons dat Chinezen echt alles kunnen eten als het moet: spinnen, hond, kat, slang, krokodil. Je kunt het zo gek niet verzinnen of ze eten het! Het eten met de stokjes verliep trouwens ook niet even soepel, maar was wel erg leuk om eens te proberen.

De volgende dag zouden we met de assistente van de bedrijfseigenaar naar een speciaal park gaan, om de cultuur in China te ontdekken. In de taxi stemde mijn maag er uiteindelijk ook mee in dat het eten van de vorige avond niet zo heel erg lekker was.. Vanaf dat moment hebben we geen Chinees voedsel meer aangeraakt en hebben we de rest van de reis overleefd door eten van de Subway en de Burger King.
Het park was wel heel fascinerend. Verschillende culturen van heel China kwamen in dit park bij elkaar. En ook al denken we dat China één volk is, er zit zóveel verschil tussen de verschillende streken. Ook kwamen we daar nog een schoolgroep met kinderen van zo’n 5 jaar tegen. Die kindjes konden bijna beter Engels dan de meeste volwassene Chinezen die we tegen waren gekomen!

Eind van de dag moesten we naar het vliegveld toe om door te vliegen naar Taiwan. We lieten China en zijn vreemde, maar prachtige cultuur achter ons en vlogen naar de stad met een van de hoogste gebouwen in de wereld: Taipei.

Laat in de avond kwamen we op het vliegveld in Taiwan aan. We besloten om naar het hotel te gaan en gelijk te gaan slapen, aangezien we ons de volgende dag weer rond 6 uur op het vliegveld moesten melden om naar Koahsiung (in het zuiden van Taiwan) te vliegen. Dus de volgende ochtend meldden we ons netjes om 6 uur op het vliegveld. ‘It’s impossible to let you pass,’ zei een ‘vriendelijke’ Chinees. Eerst dachten we dat hij gewoon last had van een ochtendhumeur. Maar toen een andere man ons vertelde dat we een vlucht hadden geboekt waarbij we het vliegveld niet hadden mogen verlaten, bleek het serieus te zijn. We hadden blijkbaar op het vliegveld moeten overnachten, in plaats van naar ons hotel te gaan.

Haastend, omdat mijn stiefvader een afspraak om 9 uur had aan de andere kant van Taiwan, gingen we naar het treinstation en namen de trein naar Koahsiung. Uiteindelijk was dit veel gemakkelijker en waren veel minder tijd kwijt, en zo kwamen we toch nog op tijd voor de afspraak. Na de afspraak zijn we door de stad gaan lopen en kwamen een enorme ‘shopping mall’ tegen. Een gebouw met zo’n 11 verdiepingen met alleen maar winkels. De bovenste verdiepingen waren een bioscoop. Hier ploften we uiteindelijk ook met een bak popcorn neer om een Westerse film te kijken. De rest van de dag hebben we in de stad doorgebracht, die ’s avonds erg mooi is! Overal verlichting en het was opvallend dat er nog redelijk veel natuur terug te vinden was in de stad. Tevreden konden we gaan slapen, om de volgende ochtend opnieuw vroeg op te staan om terug te reizen naar Taipei.

De terugweg verliep veel soepeler dan de heenweg. En zo waren we dan weer terug in Taipei. We hadden nog twee dagen om de stad te verkennen. Taipei is een geweldige stad, maar ik zou er nooit willen wonen. Je hebt werkelijk nergens een plekje waar je even tot rust kan komen, want zelfs in de hotelkamers hoorde je het verkeer ’s nachts nog. Tot slot zijn we de laatste dag nog de Taipei 101 opgeweest, na de Burj Khalifa in Dubai, het hoogste gebouw van de wereld. Dit was voor mij een hele ervaring. Jessica met haar hoogtevrees gaat dat hoge gebouw op. Ik hoor het mezelf nog denken. Met een licht gingen we razendsnel naar de bovenste verdieping. Vanaf hier kon je nog paar trappen zelf omhoog klimmen, waarna je uiteindelijk buiten kon staan om van het uitzicht te ‘genieten’. Ik moet toegeven dat het uiteindelijk geweldig is om daar bovenaan te staan en de gehele stad te kunnen zien, maar het bleef een supereng idee.


Eind van de dag scheurden we weer met onze taxi naar het vliegveld om uiteindelijk ook afscheid te nemen van Taiwan. Totaal vermoeid in het vliegtuig dacht ik heerlijk te gaan slapen, maar het lot dacht hier anders over. Ook dit keer zat er een baby twee rijen achter ons, ditmaal een Chinese. Ook deze baby kreeg het voor elkaar om de gehele vliegreis te blijven brullen. Ik zette het geluid van mijn Ipod op zijn hardst, maar dit leek voor de baby meer reden om nog harder te krijsen. Volgende keer neem ik, net zoals mijn stiefvader, gewoon een pot slaappillen mee. You’ll never know who sits next to you.

Dreams, can they be true?

[Jessica, informatica-opdracht]

After the storm

Jij en ik samen,
vormen het woord verdriet
Vergeven kan ik wel,
maar vergeten niet

Woorden die de kamer verlaten,
nadat de deur is dichtgesmeten
Als voetstappen in het zand,
uiteindelijk door de wind verdwenen

Maar gevoelens blijven
rondspokend in mijn hoofd
en vullen de kamer
door vreugde beroofd

[Jessica, gedicht Nederlands]

De dakloze

Hij staat er elke dag. Met een krantje in de ene hand, soms een kopje koffie in de andere, en altijd een glimlach op zijn gezicht. ‘Goedemorgen, de daklozenkrant!’, ‘Goedemiddag, de daklozenkrant!’. Elke dag loop ik over het station. En hij staat er elke dag.

Of hij er ook plezier in heeft, kom je niet te weten. Misschien is die glimlach op zijn gezicht wel een masker, bedoeld om de schijn te wekken dat het goed met hem gaat. Dat hij gelukkig is met wie hij is en wat hij doet. Persoonlijk zou ik er niet gelukkig van worden om elke dag chagerijnige mensen voorbij te zien komen, die je negeren of proberen te doen alsof ze je niet zien. Weer of geen weer: in de regen, sneeuw, hagel, storm. Voor paar rotcenten een krantje proberen te verkopen, waar bijna niemand op zit te wachten. Nee, ik zou het niet echt zien zitten. Misschien dat deze man ook gewoon geen keuze heeft, of denkt geen keuze te hebben.

Maar misschien geniet deze man hier wél van. Neemt hij genoegen met de kleine en goedkope dingen die hij heeft. Geniet hij van de gesprekken met mensen die bij hem blijven staan of vrolijk terugantwoorden op zijn gegroet. Misschien is deze man inderdaad gelukkig.

Achtervolging van het verleden

‘Elk afscheid is de geboorte van een herinnering.’ Deze uitspraak kwam ik op een briefje tegen tijdens de grote schoonmaak van mijn kamer. Zo chaotisch als ik ben, schrijf ik wel eens iets op een blaadje en stop het daarna in een la, tussen een boek of onder mn bed. Ik vond het té toevallig dat ik dit briefje juist vandaag tegen moest komen, aangezien het de dag is waarop mijn broer is overleden.. Natuurlijk denk je niet elke minuut van de dag aan zulke gebeurtenissen, maar door dit soort dingen, dit soort herinneringen, sta je er wel weer bij stil.

We maken een reis tijdens ons leven en zien mensen komen & gaan; sommigen volgen je pad, anderen dwalen er vroeg of laat vanaf. Maar ook al raken we ze uit het oog, ze houden meestal een plekje in ons hart. Bewust of onbewust. Want ze blijven voortbestaan in onze herinneringen.

Je kunt niets veranderen aan het verleden: wat er gebeurd is, blijft in het verleden en is onveranderbaar. Je kunt niet ontkomen aan het verleden: een verwaasde foto, een bekende van vroeger, een speciale plek. Al deze dingen zitten vol met herinneringen. Die herinneringen maken ons verleden. Misschien dat er op een dag een geniale man is die de tijdreismachine uitvindt, maar het enige wat we nu kunnen doen, is kijken naar ons heden & onze toekomst, en onze herinneringen een plekje geven.

De onschuld van de kindertijd

Herinner je jouw kindertijd nog? Dat je zorgeloos kon spelen met iedereen, zonder dat je je druk moest maken wat anderen van je dachten? Dat het niet uitmaakte hoe je eruitzag of hoe populair je was? Je geen stress had om werk dat nog gedaan moest worden, dingen die geregeld moesten worden, afspraken die je na moest komen? Wat een heerlijke tijd was dat!  En het beste was nog, dat je geen idee had wat je te wachten stond in ‘de grote-mensenwereld’. Soms, op echte baaldagen, verlang ik nog weleens dat ik nog een klein kind op de basisschool was.

Maar het lijkt steeds meer alsof dit kinderbeeld verandert. Laatst liep ik vanaf de bushalte langs mijn oude basisschool naar huis. Op de weg stond een groep kleine kinderen, ze waren waarschijnlijk niet ouder dan 8.  Terwijl ik op deze leeftijd nog verstoppertje speelde met mijn vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt, probeerde dit groepje zo stoer mogelijk tegen hun fietsjes te leunen. ‘Geniet toch nog van je kindertijd,’ ging er door mijn hoofd. ‘voordat je het weet is het voorbij en ben je volwassen.’ Het viel me op dat de jongetjes veel merkkleren droegen: nike, bjorn börg, adidas. Toen ik hun leeftijd had, vond mijn moeder het veel te riskant om mij dure kleren te geven. Ze werden immers toch snel vies en gingen snel kapot door het buiten spelen.

Ik liep langs het groepje, en op het moment dat ik een van de jongetjes passeerde, riep deze ‘Hé, chickie!’ Verbaasd keek ik het jongetje aan. Deze kreeg een brede grijns op zijn gezicht. Ik liep door en probeerde het groepje verder te negeren. Helaas ging dat moeilijk, aangezien er een aantal begonnen te fluiten.

Horen zulke jonge kinderen daar op die leeftijd al mee bezig te zijn? Willen kinderen hun kindertijd graag overslaan? En terwijl ik hier over schrijf, denk ik aan vanmiddag, toen ik wederom uit de bus stapte. Ik liep richting huis met mijn mp3 aan, tot er ineens een klein meisje aan de mouw van mijn jas trekt: ‘Mevrouw, heeft u misschien een klein wit hondje gezien?’ Na een tijdje met de schattige kindjes gepraat te hebben, liep ik met een glimlach op mijn gezicht naar huis. Blijkbaar bestaan er nog wel kinderen, zoals ik ze herinner. Klein, lief, schattig en genietend van hun kindertijd.

Volgende Nieuwere items

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.