Verborgen herinneringen

Ik heb een irritante tik dat ik veel van mijn gemaakte werk weggooi: tekeningen, foto’s, verhalen, filmpjes. Het ene moment ben ik er hartstikke tevreden over, het andere moment snap ik niet van mezelf waarom ik het ooit heb gemaakt én er ook nog eens tevreden over ben geweest. Je zou me een perfectionist kunnen noemen, maar telkens als ik iets maak, zie ik na verloop van tijd iets waardoor het toch beter kan. En zo gaat het natuurlijk elke keer weer.

Iedereen is wel ergens ontevreden over. Het leven loopt immers niet altijd zoals we willen. We maken keuzes. Verkeerde keuzes. Fouten en vergissingen die we het liefst zouden vergeten, uit ons geheugen willen wissen, op een veilige plek opbergen zodat niemand er meer aan terugdenkt. Dingen die we anders zouden doen als we opnieuw voor een bepaalde keuze stonden.

Maar het maakt het leven er niet makkelijker op. Integendeel, we gaan op die manier het leven steeds somberder inzien. We kunnen beter kijken naar wat we fout hebben gedaan en er van leren. Naar de positieve dingen en de juiste keuzes kijken die het leven iets waard maken en niet te lang stil blijven staan bij de verkeerde momenten uit ons leven. Ze zijn het niet waard.

De parel aan de Moldau: Praag

Maandagochtend, 7 uur. Aangezien ik de avond daarvoor zo ‘slim’ was geweest om tot 3 uur op te blijven, ben ik op dit tijdstip niet echt de vrolijkste thuis. Met mijn muziek bij de hand sleep ik de koffer de auto in en ga zitten, om vervolgens tegen het raam weer in slaap te vallen. Eenmaal bij de bus aangekomen, zoeken mijn zusje en ik de beste plek in de bus uit om te chillen: de achterbank. Na het thuisfront uitgezwaaid te hebben, val ik dan ook gelijk weer in slaap, om even wat uurtjes in te halen.
Die uurtjes worden abrupt verstoord als de buschauffeur erachter komt dat hij twee mensen is vergeten bij de instapplaats, (we zijn dan inmiddels al een half uur onderweg..) dus weer omkeren! Het werkte in ieder geval allemaal erg stimulerend voor mijn ochtendhumeur. Not. Maar gelukkig werd ik tegen de tijd dat we Duitsland binnenreden al wat actiever en besloot wat danspasjes te oefenen, zittend op de achterbank. Enkele keren kijken vrachtwagenchauffeurs me vreemd aan, maar richten hun blik alweer snel op de weg.
Als je door Duitsland rijdt, lijkt het net een groot, geel bloemenparadijs. Kijk je links, zie je bloemen. Kijk je recht, nog meer bloemen. En aangezien wij op de achterbank zaten, was het ook achter ons ook een gele bloemenzee.

Laat in de avond komen we dan eindelijk aan in Praag. Richting ons hotel ging er alleen het een en ander mis. Het leek eigenlijk een beetje op zo’n slechte horrorfilmscène: veel regen, veel mysterieus gekraak en weinig licht. Zo’n 100 meter van het hotel vandaan moest de bus een bocht nemen, alleen de bus was er blijkbaar niet voor gemaakt om zo’n kleine bocht te maken. Om ons toch veilig bij eindbestemming te brengen, besloot de buschauffeur om een stoepje van zo’n halve meter op te rijden, om de bocht toch te kunnen maken. Na veel gekraak, geschud en geroep stond de bus dan eindelijk weer recht. Dat ik niet de enigste was die even over onze veiligheid twijfelde, was wel te merken aan de reacties van de mensen.
Maar goed en wel, we waren dan eindelijk bij ons hotel en konden dus eindelijk ons bedje induiken.

Na een heerlijk nachtje uitgerust te hebben, konden we weer fris en fruitig op pad (vooruit dan, wel na een kop koffie). Het zal iedereen opgevallen zijn dat Praag een enorm kleurrijke stad is. Elk gebouw is gekleurd, wat een heel vrolijk effect geeft aan de stad. Op het begin van de reis vond ik Praag niet veel bijzonders, maar je moet verder kijken dan een stel mooie gebouwen. Want dan pas beleef je iets van de serene sfeer die daar leeft, de cultuur die je op straat tegenkomt. Ik raad het trouwens zeker aan om door Praag met een gids te lopen. Wij hadden een top gids, die ons bij alles een leuk verhaal kon vertellen. Hierdoor kreeg je een veel levendiger beeld als je naar monument nummer twintig stond te staren.
Natuurlijk hebben we de astronomische klok gezien. Elk uur staat er bovenaan de toren een trompettist die zichzelf even laat horen. Waarschijnlijk gaat hij dan 55 minuten ergens een biertje drinken op het terras, om vervolgens daarna zijn taak te herhalen?

Halverwege de middag laat het zonnige weer ons in de steek en begint het ontzettend te regenen! Gelukkig hebben we de meeste gebouwen, pleinen en monumenten dan al gezien en schuilen we onder een overdekt terrasje. De Tsjechen zijn trouwens erg slim als het om toeristen gaat. Op de uithangborden zetten ze de prijzen van de maaltijden, die natuurlijk erg goedkoop zijn. Hiermee lokken ze de mensen naar binnen. Zij bestellen gewoonlijk wat drinken bij hun maaltijd, en juist hier zit het geniale! Het drinken is dan bijna even duur als de maaltijd zelf. Maar bijna geen toerist die het van tevoren merkt. Gewoon, omdat je het niet verwacht.

Na het avondeten gingen we naar een black light show, en ik ben echt een ervaring rijker geworden! Sommigen vinden het niets aan, maar ik vind het geniaal hoe ze op een simpele manier zo’n show neer kunnen zetten. Aangezien ik tijdens de voorstelling niet kon filmen, hier een voorbeeld van wat het inhoudt:

Tsjechen zijn tegenover toeristen wat stugger en onvriendelijker dan je in de meeste toeristische plaatsen verwacht. Maar deze avond lieten ze zich toch van een andere kant zien. Het was 10 uur en de ijssalon ging sluiten. Omdat mijn zusje en ik zo’n zin hadden in een ijsje, renden we op het gebouw af, in de hoop dat ze open bleven. En inderdaad! Speciaal voor ons deden ze de deur weer open, om ons vervolgens nog verliefd te maken op het heerlijke ijs.

De volgende dag besloten we om met de kabelbaan de Petrinheuvel op te gaan en via deze weg naar de burcht te lopen. Vanaf hier had je een prachtig uitzicht over de stad! Ook zijn we de Sint Vitruskathedraal in geweest, waar vooral de raamwerken spectaculair van waren. Vervolgens zijn we via de burcht naar beneden gelopen, richting de Karelsbrug. Deze gotische brug staat vol beeldhouwwerken en overdag zijn er hier tientallen kunstenaars en muzikanten te vinden.
Aan het eind van de dag zijn we, op mijn verzoek, nog naar het Mucha museum geweest. Dit was een Tsjechische kunstenaar die veel Jugendstil werken heeft gemaakt. Ook heeft hij een van de ramen van de bovengenoemde kathedraal ontworpen, maar deze is nooit verder gekomen dan een schets op papier..

Praag is trouwens een erg schone stad. Dit komt omdat de overheid ’s ochtends aan bedelaars werk geeft. Meestal zijn deze taken schoonmaak karweitjes. Als ze ‘s avonds goed werk geleverd hebben, krijgen ze geld, waardoor ze niet meer hoeven te bedelen. Hierdoor zie je dus ook amper bedelaars op straat en is de werkloosheid erg laag in Tsjechië.


[hier zie je er dus nog een paar aan het werk, maar meestal staan ze stil: een sigaretje roken ofzo..]

’s Avonds besloten we om naar de zogeheten ‘grootste club van midden europa’ te gaan: Karlovy Lazne. Maar daarvoor zochten we eerst nog een goed restaurant. Veel buitenterrasjes waren er niet, dus besloten we bij een van de honderd pizzeria’s te gaan zitten. Italië is er niets bij!
Het klinkt misschien raar, maar ik heb de groenten en het fruit echt gemist die week! De enigste groente die we naast de bootreis op hadden, waren de blaadjes sla op een broodje bij de Burger King..

Nou goed, terug naar club Karlovy Lazne. De club bestond uit vijf verdiepingen, ieder met een eigen muziekstijl. Vanaf de eerste vloer kon je zo naar beneden kijken, waar een lichtgevende dansvloer was. We hebben eerst even rondgelopen, maar zijn uiteindelijk toch op deze vloer blijven plakken, aangezien het hier het drukst was. De mensen zijn daar veel energieker tijdens het uitgaan en soms lijkt het zelfs alsof niemand zich daar schaamt voor zijn ‘slechte dansmoves’. De muziek loopt trouwens wel een beetje achter: waar heel Nederland een half jaar geleden op los ging, op nummers zoals ‘I got a feeling’, daar zongen ze in deze club vrolijk en enthousiast mee.

Zo leuk als het die avond was, zo vreselijk was het die ochtend om op te staan. Gelukkig duurde de busreis een uurtje en konden we dus nog even wat slaap inhalen. Na een uur kwamen we aan bij Theresienstadt, een concentratiekamp buiten Praag. Het was heel indrukwekkend toen we daar aankwamen: voor het kamp lagen de graven van alle mensen die in dit kamp overleden zijn. Opvallend was dat er bijna evenveel Christenen als Joden overleden zijn. Dit kwam omdat er in dit concentratiekamp veel verzetsstrijders opgesloten zaten.
Het kamp heeft echt een indruk bij mij achtergelaten. Doordat de gids een aantal gebeurtenissen heel gedetailleerd kon vertellen, zag je het met een beetje inlevingsvermogen zo voor je.. Zo vertelde hij een verhaal over twee studenten die tijdens Sinterklaasavond zijn ontsnapt, door over een richel te klimmen. Deze richel is uiteindelijk kapot geslagen zodat dit niet nog eens zou gebeuren. Of het verhaal over één man, die met zijn geweer zo’n 20 cellen in de gaten hield. Als je daar dan staat, kun je het je bijna niet voorstellen.

’s Middags zijn we naar de Jodenbuurt in Praag geweest. Eigenlijk viel deze wijk helemaal niet op voor toeristen, omdat die op de rest van de stad leek. Echter als je beter op ging letten, zag je dat er wel degelijk Joodse elementen waren. Zo was er een klok die de Joodse tijd aangaf, in plaats van onze gebruikelijke tijd. Ook de begraafplaats ziet er heel anders uit dan wij dat voor ogen hebben. Bij Joden is het verboden om een graf leeg te ruimen. Dus toen er te weinig plek op de begraafplaats kwam, gingen de Joden de graven ophopen. Zo konden ze mensen blijven begraven zonder tegen hun gebruiken in te gaan.

We eindigden de dag met een boottochtje. Tijdens deze tocht zijn we de Moldau over geweest, en hebben zo nog van een aantal leuke gebouwen kunnen genieten, waaronder ‘het dansende huis’. Vervolgens keerden we terug naar het hotel, om daar nog even voor de laatste avond van een drankje te genieten.

Piep! Altijd fijn, als de wekker om 6 uur ’s ochtends afgaat.. Aangezien we een lange terugreis voor de boeg hadden, moesten we vroeg opstaan, ontbijten en onze koffers inladen. Je snapt natuurlijk dat ik de helft van de busreis geslapen heb. Of in ieder geval geprobeerd heb om te slapen. ‘Jessica, we zijn bij de eerste stop, wil je wakker worden of blijf je liggen?’, ‘Jessica, heb je het fototoestel?’, ‘Jessica, wil je een spelletje doen?’, ‘Jessica, moet je je theorie niet leren?’. Het leek net alsof iedereen mij geen slaap gunde, zo vaak werd ik wakker gemaakt met deze vragen. Maar echt chagrijnig kon ik niet zijn: Ik was immers 5 dagen in het Prachtige Praag geweest.



[let op het stoplicht!]

Luxeprobleem

Nederland is veel te verwend geworden. Mensen konden vroeger nog vrolijk worden van een zak snoep. Tegenwoordig tovert een kind pas een glimlach op het gezicht nadat hij een Playstation 3, een nieuwe laptop of een reisje naar Curaçao heeft gekregen.

Je hoort mij niet ontkennen dat ik er niet evengoed aan gewend ben. Het probleem is alleen dat de mensen het tegenwoordig als ‘gewoon’ zien om zulke dure spullen te kopen. Ze zien de kleine dingen waar mensen eerst nog gelukkig van werden niet meer: een kaartje voor een vriend die het moeilijk heeft of een zelf geschreven liedje van een kindje voor zijn moeders verjaardag. Deze kleine dingen hebben zoveel meer waarde dan die grote, dure spullen.

Het lijkt net of we onszelf hierdoor ook minder snel gelukkig kunnen maken. Waarschijnlijk zul je mij veel vrolijker zien wanneer ik met een groepje goede vrienden afspreek en iets leuks ga doen, dan wanneer iemand mij een nieuwe televisie geeft. Of zoals vanmiddag. Ik liep met mijn zusje naar huis toe toen we een groepje kleine eendjes met moedereend tegenkwamen. We hebben daar even gezeten en brood aan de kleine beestjes gevoerd. Het was echt een moment om even tot rust te komen, en toen ik die kleine eendjes rond zag rennen kreeg ik echt een warm gevoel van binnen.

Geniet dus van die kleine dingen, die kleine momenten, want deze zullen je later beter bij blijven dan die andere dingen.

Gemaskerde kunstenaar

Je hoeft geen kunstenaar te zijn om een glimlach te schilderen op een bedroefd gezicht..

Het kan een doodgewoon iemand zijn. Iemand waar de rest van de wereld niet naar omkijkt. Onbelangrijk en gewoontjes. Maar die voor jou zóveel meer is dan dat: Een persoon die jou weer aan het lachen krijgt in moeilijke tijden, onvoorwaardelijk steunt en vertrouwen geeft, die simpelweg met een klein gebaar jouw dag weer goed kan maken. Een persoon die een plekje heeft veroverd in het belangrijkste wat we proberen te beschermen: ons hart.

Some plant, made of ink

[Jessica, CKV]

Het verre Oosten: China & Taiwan

Afgelopen herfst ben ik naar China en Taiwan afgereisd. Mijn stiefvader moest daar voor zijn bedrijf heen en dacht dat zijn dochter en ik het wel leuk zouden vinden om mee te gaan. Nou, ik wist niet hoe snel ik mijn koffer in moest pakken! Hoe vaak krijg je nou de kans om een tripje naar het verre Oosten te maken?

Dus in de vroege ochtend zaten we in het vliegtuig, en zo’n 12 uur later zouden we in China aankomen. Met goede moed had ik mijn Ipod opgeladen en een extra dik boek meegenomen. Verder zou ik gaan proberen wat te slapen, zodat ik niets zou missen van de eerste uurtjes in China. Dat slaap-idee viel een beetje tegen, aangezien er een baby één rij naast ons zich niet zo op zijn gemak voelde. 12 uur! 12 uur lang heeft de baby het voor elkaar gekregen om te blijven schreeuwen.. De laatste uurtjes begon zijn stem steeds meer schor te worden, maar van ophouden had de baby nooit gehoord. Tot het vliegtuig eindelijk geland was.

Het was dus niet vreemd dat ik in de taxi richting Zhuhai (vlakbij Hong Kong) even ingedut was. Maar lang duurde dat niet, want was de omgeving fascinerend! We reden langs een groot meer waar chinezen vis gingen vangen. Ze hadden zo’n traditionele hoed van stro op en zaten in kleine houten bootjes. Heel mooi om die ‘oude’ levenswijze van chinezen te zien.
Uiteindelijk kwamen we in Zhuhai aan. Omdat het al laat in de middag was, besloten we om even het hotel te verkennen en uit te rusten. Maar ook daar kwam weinig van toen we de sportzaal tegenkwamen. Dus na een uurtje of twee gesport te hebben, zijn we iets gaan eten. Het hotel had een aantal stoelen en tafels voor het hotel gezet, maar van een echt ‘terras’ kon je niet spreken. Na het thuisfront even gebeld te hebben, doken we lekker ons bed in. Eindelijk even rust.

De volgende ochtend moest mijn stiefvader een bedrijf bezoeken, dus besloten we om mee te gaan. Het was erg interessant om te zien hoe al die mensen nog aan een machine staan, terwijl bij ons bijna alles geautomatiseerd is. Na een tijdje doorgebracht te hebben in de fabriek, vervolgden we onze reis en gingen naar de haven van Zhuhai om daar de boot richting Shenzhen te nemen.


Het verkeer in China is trouwens héél, héél erg chaotisch! Als mensen daar hun rijbewijs halen, kunnen ze overal ter wereld rijden volgens mij. Fietsers rijden over de snelweg heen, auto’s kijken niet op of om wanneer ze van rijbaan verwisselen, stoplichten bestaan daar niet (of in ieder geval niet voor de bestuurders) en het zal niemand opvallen als je 50 kilometer te hard rijdt, want iedereen doet het!
Zhuhai was nog een relatief klein en rustige stad in tegenstelling tot Shenzhen. Vanuit de haven hebben we nog zeker een uur in de taxi gezeten om naar ons hotel te komen. Maar zo kregen mijn ogen mooi de tijd om deze stad eens wat beter te bekijken. Zo kwam ik het ene moment een apart gebouw met rare vormen tegen, het volgende moment zag ik een vuilniswagen over de weg lopen, zoals ik die nog nooit gezien had.


Na de wilde taxirit kwamen we bij ons hotel en daar stonden we al versteld voordat we binnen waren geweest: Hummers, limo’s en andere dure wagens stonden voor de deur, een prachtige tuin lag tussen de parkeerplaatsen en de ingang en de hoogte van het hotel was om duizelig van te worden. Maar binnen werd het pas echt een klein paradijsje op aarde! De gehele ingang was gehuld in goud, met enorme kroonluchters aan het plafond. Naast de receptie was een enorme eetzaal, prachtig ingericht met bamboe. Gelijk het moment dat we binnenstapten, kwamen er al twee jongens naar ons toe om onze tassen en koffers over te pakken. Mijn stiefvader was bang voor de enorme prijs van dit prachtige hotel, maar hij was even vergeten dat we in China waren. Een nacht in dit hotel was in prijs vergelijkbaar met overnachting in een hotel in een achterstandswijk in Amsterdam. De laatste verrassing was onze kamer. Geweldig uitzicht over de stad, heerlijke tweepersoonsbedden en een in goud gehulde badkamer met zowel een douche als een apart bad.


We doken gelijk de stad in, zowel door onze nieuwsgierigheid als de grote honger die we inmiddels hadden. Bijna alle Chinese vrouwen lopen overdag met een parasol over straat. Een vreemd trekje van ons is dat we graag zo bruin mogelijk willen worden. Maar Chinezen niet. In hun cultuur geldt: hoe witter, hoe beter. Mensen, het ‘gewone’ volk, die de hele dag op het land moeten werken, worden bruin door de zon. Een witte huid toont dus een hoge status.
Na even paar winkels ingedoken te zijn, wat van de stad te hebben gezien en onze buikjes gevuld te hebben met MacDonalds voedsel, keerden we weer terug naar het hotel. Nadat we hadden gezwommen en gesport in de sportzaal, gingen we eten in het hotelrestaurant. Er was ons al aanbevolen om het restaurant op de bovenste verdieping te nemen. Vanaf daar heb je een mooi uitzicht over de stad. En dit was zeker waar! Bijzonder was dat het restaurant heel langzaam ronddraaide, waardoor je een soort panoramaview van de stad kreeg tijdens het diner.

Soms voelde ik me er best schuldig door, maar het leek alsof die Chinezen tegen ons opkeken. Wanneer je iets vroeg, deden ze het gelijk voor je, meestal ook nog met een glimlach erbij. Wanneer je met je koffer naar de taxi liep, trokken ze deze gewoon uit je handen om er zelf mee te gaan sjouwen. Overal waar we op straat rondliepen, werden we nagekeken. Het leek net alsof sommige Chinezen nog nooit Westerse mensen hadden gezien. Mijn stiefzus was denk ik de enigste in heel China met blond haar, en viel daardoor dus extra op. Het werd zelfs zo gek, dat een aantal Chinezen op een gegeven moment aan ons vroegen of ze met ons op de foto mochten. Alsof we een attractiepunt waren! Maar stiekem voelden we ons wel een klein beetje vereerd..

De volgende dag hadden we de hele dag voor onszelf om de stad te verkennen en te relaxen in het hotel. Aan het eind van de avond moest mijn stiefvader weer naar een bedrijf toe. De eigenaar nodigde ons uit om die avond met hem samen in een restaurant te gaan eten, om de traditionele Chinese keuken eens te ontdekken. Toen we bij het restaurant kwamen, werden we naar een privékamer gebracht waar we zouden dineren. De bedrijfseigenaar zou een aantal gerechten bestellen. Ik weet niet of hij deze gerechten aan al zijn Westerse klanten voorschotelt, maar ik denk dat het bedrijf dan inmiddels failliet is.. In de kreeftensoep dreef een oog, de zogenaamde satéstokjes smaakten naar iets wat zowel rauw als verbrand was en zelfs de stukjes pudding kreeg geen van ons drie weggeslikt. De man vertelde ons dat Chinezen echt alles kunnen eten als het moet: spinnen, hond, kat, slang, krokodil. Je kunt het zo gek niet verzinnen of ze eten het! Het eten met de stokjes verliep trouwens ook niet even soepel, maar was wel erg leuk om eens te proberen.

De volgende dag zouden we met de assistente van de bedrijfseigenaar naar een speciaal park gaan, om de cultuur in China te ontdekken. In de taxi stemde mijn maag er uiteindelijk ook mee in dat het eten van de vorige avond niet zo heel erg lekker was.. Vanaf dat moment hebben we geen Chinees voedsel meer aangeraakt en hebben we de rest van de reis overleefd door eten van de Subway en de Burger King.
Het park was wel heel fascinerend. Verschillende culturen van heel China kwamen in dit park bij elkaar. En ook al denken we dat China één volk is, er zit zóveel verschil tussen de verschillende streken. Ook kwamen we daar nog een schoolgroep met kinderen van zo’n 5 jaar tegen. Die kindjes konden bijna beter Engels dan de meeste volwassene Chinezen die we tegen waren gekomen!

Eind van de dag moesten we naar het vliegveld toe om door te vliegen naar Taiwan. We lieten China en zijn vreemde, maar prachtige cultuur achter ons en vlogen naar de stad met een van de hoogste gebouwen in de wereld: Taipei.

Laat in de avond kwamen we op het vliegveld in Taiwan aan. We besloten om naar het hotel te gaan en gelijk te gaan slapen, aangezien we ons de volgende dag weer rond 6 uur op het vliegveld moesten melden om naar Koahsiung (in het zuiden van Taiwan) te vliegen. Dus de volgende ochtend meldden we ons netjes om 6 uur op het vliegveld. ‘It’s impossible to let you pass,’ zei een ‘vriendelijke’ Chinees. Eerst dachten we dat hij gewoon last had van een ochtendhumeur. Maar toen een andere man ons vertelde dat we een vlucht hadden geboekt waarbij we het vliegveld niet hadden mogen verlaten, bleek het serieus te zijn. We hadden blijkbaar op het vliegveld moeten overnachten, in plaats van naar ons hotel te gaan.

Haastend, omdat mijn stiefvader een afspraak om 9 uur had aan de andere kant van Taiwan, gingen we naar het treinstation en namen de trein naar Koahsiung. Uiteindelijk was dit veel gemakkelijker en waren veel minder tijd kwijt, en zo kwamen we toch nog op tijd voor de afspraak. Na de afspraak zijn we door de stad gaan lopen en kwamen een enorme ‘shopping mall’ tegen. Een gebouw met zo’n 11 verdiepingen met alleen maar winkels. De bovenste verdiepingen waren een bioscoop. Hier ploften we uiteindelijk ook met een bak popcorn neer om een Westerse film te kijken. De rest van de dag hebben we in de stad doorgebracht, die ’s avonds erg mooi is! Overal verlichting en het was opvallend dat er nog redelijk veel natuur terug te vinden was in de stad. Tevreden konden we gaan slapen, om de volgende ochtend opnieuw vroeg op te staan om terug te reizen naar Taipei.

De terugweg verliep veel soepeler dan de heenweg. En zo waren we dan weer terug in Taipei. We hadden nog twee dagen om de stad te verkennen. Taipei is een geweldige stad, maar ik zou er nooit willen wonen. Je hebt werkelijk nergens een plekje waar je even tot rust kan komen, want zelfs in de hotelkamers hoorde je het verkeer ’s nachts nog. Tot slot zijn we de laatste dag nog de Taipei 101 opgeweest, na de Burj Khalifa in Dubai, het hoogste gebouw van de wereld. Dit was voor mij een hele ervaring. Jessica met haar hoogtevrees gaat dat hoge gebouw op. Ik hoor het mezelf nog denken. Met een licht gingen we razendsnel naar de bovenste verdieping. Vanaf hier kon je nog paar trappen zelf omhoog klimmen, waarna je uiteindelijk buiten kon staan om van het uitzicht te ‘genieten’. Ik moet toegeven dat het uiteindelijk geweldig is om daar bovenaan te staan en de gehele stad te kunnen zien, maar het bleef een supereng idee.


Eind van de dag scheurden we weer met onze taxi naar het vliegveld om uiteindelijk ook afscheid te nemen van Taiwan. Totaal vermoeid in het vliegtuig dacht ik heerlijk te gaan slapen, maar het lot dacht hier anders over. Ook dit keer zat er een baby twee rijen achter ons, ditmaal een Chinese. Ook deze baby kreeg het voor elkaar om de gehele vliegreis te blijven brullen. Ik zette het geluid van mijn Ipod op zijn hardst, maar dit leek voor de baby meer reden om nog harder te krijsen. Volgende keer neem ik, net zoals mijn stiefvader, gewoon een pot slaappillen mee. You’ll never know who sits next to you.

Dreams, can they be true?

[Jessica, informatica-opdracht]

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.